08-08-11

Fountains Abbey en Studley Royal Water Garden. York, 28 mei 2011.

Het was in de 18e eeuw heel populair bij de rijken: een grote landschapstuin met waterpartijen, niveauverschillen om mooie uitzichten te hebben en een liefst échte Middeleeuwse ruïne. Eén van de best bewaarde van Engeland, ondertussen zelfs een World Heritage Site geworden, is Fountains Abbey & Studley Royal Water Garden. 300.000 bezoekers per jaar komen deze site bewonderen en wij waren daar met zijn vieren dus bij.

De abdij werd in 1132 opgericht door Cisterciënzer-monniken, een strengere afsplitsing van de Benedictijnen. De orde werkte met twee soorten monniken, koormonniken en lekebroeders, en het was precies deze combinatie die ervoor zorgde dat Fountains zo'n grote en rijke abdij werd. Het basisidee was eenvoudig: doordat de lekebroeders met hun handenarbeid instonden voor het onderhoud konden de koormonniken hun tijd 100% besteden aan het bidden. Deze methode had zoveel succes dat de abdij in een mum van tijd rijk werd en haar commerciële activiteit zich verdeelde over het aanleveren van wol, veeteelt, steengroeves en loodmijnen. Haar bezittingen waren verspreid over heel het Noorden van Engeland en ze dreef handel met zowat alle aangrenzende landen. Vlamingen en Italianen reisden naar de abdij om wol te reserveren (en deels op voorhand te betalen, iets wat de abdij later in grote moeilijkheden zou brengen).

Dit succesverhaal stopte in de 14de eeuw. Schotse plundertochten, een economische crisis, ziekten die de wolprdouktie verstoorde en slechte financiële beslissingen brachten de abdij in moeilijkheden en toen de Pest ook hele bevolkingsgroepen wegmaaiden waren er niet langer genoeg lekebroeders. Tijdens het bestuur van abt Marmaduke Huby (1495 tot 1526) volgde nog een periode van bloei, met de bouw van de grote toren als orgelpunt van ijdelheid, maar in 1539 ontbond Henry VIII het klooster, stuurde de broeders met pensioen, nam de kerkschatten in beslag en liet de daken weghalen om het lood te kunnen smelten en verkopen. Daarna schonk hij de grond aan één van zijn favorieten. In veel gevallen werd zo'n abdij dan gesloopt en gebruikt als bouwmateriaal of omgevormd tot privé-woning, maar Fountains lag té afgelegen. Vandaag is het dan ook één van de meest complete (én de grootste) van Engeland.  

In 1767 kochten John en William Aislabie, vader en zoon en de eigenaars van het ernaast gelegen Studley Royal landgoed, de ruïnes en begonnen aan de aanleg van een watertuin die de ruïnes zou gebruiken als pittoresk decor. Vader John was een succesvol politicus die betrokken geraakte in het Southsea Bubble schandaal, één van de eerste beleggingszeepbellen ooit, en moest zich terugtrekken in de provincie. Het is vandaag één van de best bewaarde exemplaren van zo'n watertuin. De grote waterpartijen moesten dienen als spiegels voor de omgeving, die verfraaid werd met tempels en andere gebouwen, en plaatsen die als uitkijkpunt dienden om het ontwerp van de tuin volledig te kunnen waarderen. Het werd al in de 18de eeuw een popualire toeristische bestemming ("maandag en zaterdag open, géén eten, drinken of roken en niet blijven stilstaan, maar langzaam voortwandelen" was toen het reglement).

Het bezoek begint vandaag, op je eigen tempo, in de ruïnes van de abdij waar je al snel het cellarium ontdekt, de plaats waar de lekebroeders sliepen, aten en baden, en waar het licht op een zomerdag van een hele speciale kwaliteit is. De gesproken gids die je aan de ingang kan lenen geeft heel veel informatie over de abdij en waarvoor de verschillende gebouwen precies dienden, en is echt een aanrader. Hier werden trouwens ook zeer veel van de dienstgebouwen nog herkenbaar bewaard, wat een mooie kijk geeft op het dagelijks leven in zo'n abdij. Doordat er zo weinig werd afgebroken zie je nog de plaats waar de monniken ceremonieel hun handen wasten voor het eten, tot en met de uitsparingen waar de handdoeken werden bewaard, en in de eetzaal zie je nog de stenen waarop de tafels rustten en de trap naar de preekstoel waarin een broeder voorlas uit een religieus werk.

 

DSC03013.JPG

 

Na het bezoek aan de ruïnes wandel je verder de tuin in. John en William Aislabie schiepen deze watertuin in hun eentje, zonder professioneel advies en ze versierden hem met tempels, standbeelden en follies, die je al wandelend ontdekt. De drie meren zijn trouwens moon pools, één rond en de twee andere in sikkelvorm. De leukste follie vond ik de Serpentine Tunnel die uitkomt aan de Octagon Tower. Vergeet trouwens niet het pad te nemen de hoogte in en weersta aan de verleiding om langs het water te wandelen, je wordt er voor beloond met een paar prachtige vergezichten, en het mooiste ontdek ,je vanop Anna Boleyn's Seat, waar de tuin een romatnische omkadering wordt voor de ruïnes.

DSC03028.JPG

Wij bleven maar een halve dag op het domein, maar eigenlijk kan je er gerust een dag doorbrengen. Er zijn wandelpaden naar de boerderijen van het landgoed, naar de schitterende neogotische kerk van de hand van William Burges en het prachtige Deer Park. Het hele domein is trouwens een ontwerp van John en William, in de Picturesque Style, die in de 18de eeuw opgang maakte toen Engelse reizigers over heel Europa op zoek gingen naar pittoreske (fit to be made into a picture of schilderwaardig) landschappen en rijke Engelsen ze zelf begonnen te creëren. Ik kom hier zeker nog terug in vrouwelijk gezelschap, maar de vriendjes hadden dorst en honger en een Rode Leeuw en een Zwart Schaap stonden op ons te wachten...

 

 

05:30 Gepost door Erik De keersmaecker in Reizen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: york, engeland, fountains abbey, landschapstuinen, william burgess |  Facebook |