11-09-11

Red Lion, Stodmarsh

Op een goeie 10 minuten van Canterbury ligt het dorpje Stodmarsh, 60 zielen groot, en de eigenaar van een bevallig klein dorspkerkje en een knoert van een natuurreservaat, het Stodmarsh Nature Reserve, een moerassig natuurgebied waar het leuk wandelen is (http://www.kent.gov.uk/leisure_and_culture/countryside_an...).

De reden waarom wij naar dit dorp komen ligt aan het vertrekpunt van die wandeling: de Red Lion, één van de leukste pubs van Zuid-Engeland, en het eigendom van één van de leukste landlords die ik ken.

Red-Lion-Stodmarsh1.jpg

Er lag hier al een pub in 1425, maar het huidige gebouw dateert uit 1720 toen het na een brand werd heropgebouwd. Het ligt in het centrum van Stodmarsh, op een kleine 100m van de kerk, in een kleine maar mooie tuin, waar kippen en eenden rondscharrellen, en waar je op de occasionele auto of lachsalvo uit de pub niks hoort buiten het ruisen van de bomen. Binnenin zit één van de mooiste pub-interieurs van Kent, met kamertjes rond een grote centrale toog, waarachter "tip-top" landlord Robert Whigham iedereen op zijn allerhartelijkst verwelkomt. Er is in de hele pub op kast of toog of muur geen centimeter meer vrij, zo is alles volgestouwd met volle en lege flessen wijn, memorabilia, antiek en prullaria, en dit alles maakt het een ongelooflijk gezellige plaats, zowel in zomer als winter. Het is het enige toilet dat ik ooit heb gezien waarvan de deur werd gesloten door een trompet...

De keuken is één van de betere van Kent, met een groot respect voor alles wat van hier is, met crab apples van de eigen boerderij, groenten uit tuintjes en serres uit het dorp, producten van lokale boerderijtjes, paddestoelen uit het bos en vlees dat gewoonlijk van vee komt uit een straal van vijf kilometer rond de pub. Daarbij komt een chef die zijn vak én zijn producten kent, en ik heb er dus al zeer vaak geweldig lekker gegeten (de voorlopige topper was een zuiglam uit het moerasland aan zee, ongelooflijk van smaak). De wijnkaart is beperkt maar goed, en het bier is op dronk, met meestal twee real ales die nog getapt worden uit vaatjes die achter de toog staan, met omgekeerde hoge hoeden op de grond om de overloop op te vangen. De pub verkoopt ook verse eieren, eigengemaakte chutney en af en toe zelfs hooi, en ze is zeer nauw verbonden met het platteland (kijk maar eens naar het plafond dat bedekt is met hopranken). In het weekend wordt in de tuin nog Bat & Trap gespeeld, een voorganger van cricket, waarvan de regels teruggaan tot de 14de eeuw, en dat toen zelfs een tijdje verboden werd omdat de koning liever had dat de mannen zich bekwaamden in het handboogschieten.

Robert Whigham is een licht excentrieke maar zeer innemende persoonlijkheid die iedereen even warm verwelkomt en die de kunst verstaat om mensen zich te doen thuisvoelen. Hij is een volle neef van Margaret, de inmiddels overleden Hertogin van Argyll, een fantastisch man, altijd even vrolijk (en gewoonlijk licht tipsy), een beetje rebels maar zeer vriendelijk. Het is onmogelijk om hier buiten te gaan met een slecht humeur...

redlion.jpg

De pub heeft ook een paar slaapkamers, mooi en gezellig ingericht, en eveneens met veel persoonlijkheid, en het feit dat er maar één badkamer is met een zeer traag vullend bad mag geen probleem zijn, het ontbijt komt er toch pas tegen een uur of tien aan (tenzij je het vroeger wil, maar dan is het niet warm).  Bij één van de gelegenheden dat ik er sliep en absoluut dat warme ontbijt wou vroeg Robert me om bij het opstaan de kat buiten te laten en het kippenhok te openen. Mijn beloning waren zo ongeveer de beste lamsgehaktballetjes die ik ooit had.

Soms mag je schrijven over iets waarvan je zelf weet dat het geen eeuwigheid meer zal duren voor het verdwijnt, en dan is het mijn bedoeling om nog snel zo veel mogelijk mensen nog te laten mee genieten. Robert sukkelt met zijn gezondheid en het is een feit dat het karakter van deze pub heel sterk vasthangt aan het karakter van zijn baasje, maar ik hoop uit de rond van mijn hart dat ik er nog zolang mogelijk kan blijven langsgaan, hopend op de "tip-top!" en de "Excellent Choice !" van Robert, mijn favoriete publican.  

09:40 Gepost door Erik De keersmaecker in Reizen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: canterbury, red lion, pub, good food, restaurants |  Facebook |

14-08-11

Een Blauwe Leeuw met Leuvense connecties: de Blue Lion in East Witton. York, 28 mei 2011.

Al een paar dagen had onze organisator het erover dat het toch wel wreed spijtig was dat er geen plaats meer was in de herberg waar we nu naartoe reden. En alhoewel wij die nacht in een ook zeer mooi hotel zouden doorbrengen, moesten wij toegeven dat hij gelijk had, en hadden we onmiddellijk een zeer goede reden om ooit nog eens terug te komen. 

De Blue Lion in East Witton, in de Wensleydale vallei, is één van de mooiste pubs die ik ken, en een pracht van een voorbeeld van wat ondertussen tot mijn favorieten behoort: de grote Engelse Inn of herberg. Ik vind het soms moeilijk om te omschrijven wat er nu zo speciaal aan zo'n plaats is maar ik denk dat het die wonderlijke mengeling is van kwaliteit (die ook in het grootste internationale hotel niet zou misstaan) met een zeer plattelandse, lokale down-to-earth benadering. Het publiek is altijd heel gemengd: van rijk tot arm, van toerist tot local en van jong tot oud. Het eten is er goed tot zéér goed, maar nooit krijg je de indruk dat je in een sterrenrestaurant zit, wél in een herberg, en je kan er blijven slapen, en dat was vroeger toch één van de hoofdopdrachten van zo'n plaats: het "herbergen" van reizigers. De Blue Lion blinkt in al die zaken uit.

 

bluelion.jpg

Wij kregen een hele mooie tafel toebedeeld (die rechts achteraan in de hoek) in een achterzaal en bestelden onmiddellijk onze real ale, waarbij er zowel van Black Sheep als Theakstons, de twee rivaliserende lokale brouwerijen, bieren on handpump beschikbaar waren. De wijnkaart was eerder beknopt maar evenwichtig en wij bestelden een Fleurie Vieilles Vignes 2008 van Potel-Aviron, een Beaujolais dus, waarvan we verwachtten dat hij wel bij de plattelandskeuken zou passen (en dat deed hij). In de nu volle pub heerste een drukke maar beschaafde ambiance, met zowel toeristen als locals en met zowel mensen die echt kwamen voor een volledige maaltijd als mensen die binnensprongen voor een snelle pint of bitter. Wij gingen uiteraard weer voor de full monty. Zelfs vandaag nog vind ik het moeilijk om te zeggen waar ik nu het lekkerst gegeten heb: in de Star Inn, met zijn sterrenkeuken-aanpassing van traditionals of hier, waar de traditionals puur en onveranderd worden geserveerd, maar dan van een ongelooflijke hoge kwaliteit.

 

DSC03038.JPG

Mijn Duck Liver Parfait was de beste die ik ooit in mijn leven heb gegeten, mijn Crispy Belly Pork, Gloucester Old Spot Sausage and Fried Black Pudding with honey and apple sauce was weliswaar een regelrechte 9/11 op mijn cholesterol maar ook onwaarschijnlijk lekker. De foto hierboven doet het gerecht onrecht aan maar geeft wel een idee. Buiten zat een groep jonge Engelsen met honden, Burberry jassen en hoge gummilaarzen, en alhoewel niet bepaald representatief voor "de Engelse jeugd" vond ik het een aardig zicht, en bleef het me ook opvallen hoe die lokale herbergen de verschillen tussen leeftijden en rangen en standen schijnen op te lossen.

Lichtelijk overladen vertrokken wij nu naar twee plaatsen waar we al een tijdje naar uitkeken, maar één raadseltje moest nog worden opgelost: waarom was die leeuw nu blauw ? 

louvain2.gif

De Blue Lion was in de 12de eeuw het wapen van Robert the Bruce, Lord of Skelton, en zou het wapenschild van de Lords of Skelton blijven. De blauwe leeuw is afkomstig van het wapen van Jocelyn van Leuven, de zoon van Godfried, graaf van Leuven en hertog van Brabant, die in het midden van de 12de eeuw zijn zuster Adeliza volgde toen ze huwde met Henry I, en die als broer van de koningin zo'n goede partij was dat hij kon trouwen met één van de erfgenamen van de Percy's, één van de rijkste families van het Noorden. Hun afstammeling, de Duke of Northumberland, draagt die leeuw nog altijd in één van de kwartieren van zijn wapenschild, en de familie verwijst daarvoor nog steeds naar Jocelyn van Leuven. Een latere Robert the Bruce was van 1306 tot 1329 koning van Schotland.

Dus meteen wist ik waarom we ons hier zo thuis voelden...

09:06 Gepost door Erik De keersmaecker in Reizen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: york, wensleydale, blue lion, louvain, pub, good pub guide, pork belly |  Facebook |

25-06-11

Een terrasje met stijl en een eenzame leeuw. York, 27 mei 2011.

Na het schitterende ontbijt in de Star Inn (zie vorig blogbericht) werd het tijd om de benen te strekken en er toch minstens één dessertje (van de tien) af te wandelen, en wat is daar beter voor dan een mengeling van wat cultuur, geschiedenis en natuur. Wij reden dus naar Rievaulx, waar een abdijruïne en een tuin op ons lagen te wachten. 

Rievaulx Abbey ligt niet ver van Helmsley, een aardig marktstadje waar wij niet konden stoppen, maar dat de moeite leek (iets voor volgende keer). 12 Cisterciënzers uit Clairvaux stichtten de abdij in 1132, ver afgelegen van de bewoonde wereld om te kunnen weerstaan aan diens verleidingen, en in het noorden, waar de abdij een spiritueel centrum moest zijn aan het einde van de bewoonde wereld (wie verder door reisde kwam terecht bij de Schotten!). De Cisterciënzers droegen het ora et labora (bid en werk)-ideaal zeer hoog en de abdij groeide snel uit tot een groot domein, waar lekenbroeders met lood- en ijzerwinning en het telen van schapen voor de wol het geld verdiende dat toeliet dat de koormonniken zich concentreerden op het geestelijke. De abdij werd daar rijk van, rijk genoeg om op een bepaald moment niet minder dan 140 koormonniken (die nooit fysieke arbeid verzetten) te hebben, met bezittingen en dochterabdijen over heel het noorden en zelfs in staat te zijn om te gaan speculeren op de wolopbrengsten. 

In de 14de eeuw maakten de pest, invallen van de Schotten en een mysterieuze schapenziekte een einde aan de groei, maar het duurde nog tot 1538 vooraleer Henry VIII het klooster afschafte en de kloosterlingen met een pensioentje de wijde wereld in stuurde. Hij liet alle kostbaarheden weghalen, liet het lood verwijderen van de daken (het werd gesmolten en in grote blokken gegoten om te worden doorverkocht) en gaf het gebouw vervolgens aan één van zijn vrienden, in dit geval de graaf van Rutland, die delen ervan liet slopen om met het materiaal nieuwe huizen te bouwen. Zijn afstammelingen, de Duncombe familie, zou het later herwaarderen als romantische ruïne.

DSC02978.JPG

Rievaulx Abbey is eigendom van English Heritage en dat wil zeggen dat je een uitgebreide rondleiding kan verwachten met een hoofdtelefoon, en ik kan dat iedereen aanraden, het is zeer leerzaam en geeft een heel goed idee van de omstandigheden waarin de monniken leefden. 

Een bezoek is echter niet volledig als je niet ook de buur bezoekt, Rievaulx Terraces, eigendom van de National Trust, en eigenlijk gelegen boven de ruïnes. In de 18de eeuw was de Duncombe-familie eigenaar van Duncombe Park in Helmsley, dat je vanop de weg terug kan zien liggen, én van de ruïnes van de abdij, en rond die tijd was er een grote fascinatie gegroeid voor het verleden. Dat uitte zich in ondermeer in grote landschapstuinen, goed voorzien van tempels en grotten om ze er "klassieker" te doen uitzien, maar waarin het ook erg modieus werd om een al dan niet echte ruïne in te bouwen in het parklandschap. De Duncombe's hadden er eentje en dan nog wel één van de mooiste, en de familie bouwde hier dus een tuin uit, versierd met twee klassieke gebouwen, standbeelden, en een reeks indrukwekkende vista's op de abdijruïnes. De famile bracht vrienden en kennissen waar ze indruk op wilden maken te paard naar hier, waarna ze picknickten in het paviljoen dat een complete keuken in de kelder had, gevolgd of voorafgegaan door een wandeling langs de zorgvuldig uitgestippelde paden en terrassen.

 

DSC02987.JPG

Na deze "overdosis" cultuurlandschap was het echter tijd voor een stukje van de real thing en we reden het North York Moors National Park in. 

"Everywhere peace, everywhere serenity, and a marvellous freedom from the tumult of the world."

Aelred, abt van Rievaulx Abbey, 1142-1167.

Dit grote National Park is zeer de moeite waard en wij zouden er de volgende dagen nog heel wat in rondrijden, steeds weer met prachtige vergezichten. Het is een wandelparadijs, maar daar hadden wij dit jaar geen tijd voor, en na deze visuele prikkels was het verlangen naar focus groot, en daarom focusten wij ons weer eens even op eenvoudige dingen,

 

Image0143.JPG

die we terugvonden in de bekendste pub van de Moors, de Lion Inn, in Blakey Ridge. Deze 16de eeuwe herberg, waar je kan eten en overnachten, ligt op het hoogste punt van de Moors, met mooie vergezichten op de valleien van Rosedale en Farndale. Er wordt hartig voedsel geserveerd voor wandelaars op zoek naar calorieën en wij wierpen ons op de game pie en de steak & stilton burger, beiden niet te versmaden maar in zeer ruime porties. Het bier is van topkwaliteit, en we dronken er voor de eerste maal Old Peculiar van Theakston's, één van de lekkerste real ale's van Engeland. Voor 46 pond hadden we met zijn vieren overvloedig gegeten en gedronken, en de prijzen zijn dan ook zeer ok. De kamers zijn eenvoudig maar proper en eveneens niet duur. In de winter kan uw verlof overigens wel onverwacht langer uitvallen dan u dacht, in december 2010 werden twee gasten en zes personeelsleden er acht dagen gegijzeld door de sneeuw.

 

 

10:42 Gepost door Erik De keersmaecker in Reizen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: york, abdijruïnes, pub, real ale, cisterciënzers |  Facebook |