18-12-11

Compton Castle, Devon

Wanneer je je reis naar Engeland voorbereidt zijn het meestal de "grote" bezienswaardigheden die eerst worden ingepland, en dat is niet onterecht. Het zijn vaak dagvullende bezoeken waar heel veel te zien is en waarvoor je je tijd moet maken. Maar een taart is een saai stuk deeg als er geen kersen op liggen, en een paar van de meest verrassende bezoeken tijdens al mijn reizen waren aan kleine bezienswaardigheden die door hun ligging, hun geschiedenis of hun uitzicht opvielen. Ze geven een wat realistischer beeld van Engeland, en net daardoor vind ik ze telkenmale weer zéér charmant.

compton.jpg

Compton Castle is daar een mooi voorbeeld van. Eigenlijk is het een grote versterkte woning, geen klassiek kasteel, en gedurende 600 jaar bewoond door dezelfde familie. De bouwgeschiedenis stopt in essentie in de 16de eeuw (en begon 200 jaar daarvoor) omdat de familie later noch de ambitie noch het geld had voor iets prestigieuzer of moderner. Het huis is dan ook het resultaat van twee periodes in de Engelse geschiedenis: de late middeleeuwen waar het het centrum was van een lokaal heerser in een feodaal systeem, en de Elizabethaanse periode, in volle renaissance, toen Engeland voor het eerst begon met zijn overzees avontuur dat zou uitmonden in het British Empire. Zijn bekendste bewoner was Sir Humphrey Gilbert, schurk, avonturier, hoveling en halfbroer van Sir Walter Raleigh (die van de Armada). Zijn afstammelingen bewonen het nog steeds.

De kern van het huis, en het oudste deel ervan, is de hal. Het is grotendeels een reconstructie uit 1952 omdat het originele gebouw al in 1750 vervallen was, maar het is een goede, op de correcte plaats en met de correcte materrialen. Het hele huis zou hierrond gaan groeien, maar je kan vandaag nog heel goed zien hoe het eruitzag voor deze uitbreidingen, met de voorraadkelders, de solar of woonkamer waar de eigenaar sliep (alle andere personeel sliep in de hal zelf), de buttery (boutellerie) waar wijn en bier werden opgeslagen en de pantry (painetterie) waar het brood werd bewaard. In de tweede helft van de 15de eeuw begon het gemeenschapsleven uit de middeleeuwen nog verder af te brokkelen en werd de afstand tussen de eigenaar en het personeel groter. Rond deze tijd werd de kelder, die onder de solar lag, wat verhoogd en via een trap ermee verbonden, en omgedoopt tot Withdrawing Room, zodat de familie ook overdag haar privacy had. De kapel dateert ook uit deze periode en heeft nog een piscina, waar de hostie en de wijn werd bewaard, en werd dus ook echt als dusdanig gebruikt.

 

compton%20(5).jpg

De belangrijkste periode voor het huis was de eerste helft van de zestiende eeuw, in volle regeerperiode van Henry VIII (die van de zes vrouwen). Rond 1520 werden slaapkamers en gastenkamers bijgebouwd (daarvoor sliepen alle bezoekers mét het personeel in de Hal). Rond deze tijd werd het huis ook versterkt en werden de ringmuur en de torens opgetrokken. Het was de tijd van Franse raids op Teignmouth, Plymouth en Fowey, en het moet waarschijnlijk in dit licht gezien worden. De versterkingen waren genoeg om te weerstaan een rondtrekkende plunderaars, en niet aan een professioneel leger met artillerie, maar ze zijn goed bedacht en efficient, en de vijf torens konden elk dekkend vuur geven aan een deel van de ringmuur. Hier stopten in essentie de verbouwingen en latere zouden er alleen nog trappen en deuren verhuizen, maar bleef het grondplan ongewijzigd. Voor specialisten op dit vlak is er nog de Great Kitchen, zeer goed bewaard. Ons grote geluk vandaag is de lange periode van verval die het huis kende. Rond 1750 verlieten de Gilbert's het huis en verhuisden ze naar Sandridge. In 1800 werd het verkocht en het zou een eeuw duren voor er terug een Gilbert voet zette in het huis toen Commander Gilbert, op weg naar de HMS Britannia, in 1904 er voorbijreed en besloot om het terug te kopen. Hij was toen nog een kadet, en zou daar 26 jaar over doen. Hij startte een uitgebreid en duur restauratieprogramma. In 1951 schonk hij het aan de National Trust, samen met een deel van de omliggende landerijen, en op voorwaarde dat zijn familie er kon blijven wonen. De Trust werkte de restoratie verder af en ook vandaag blijft het een familiewoning.

Dit bijzonder romantische kasteel kan van 4 april tot 31 oktober worden bezocht op dinsdag, woensdag en donderdag van 10;30 tot 5 (openingsuren voor 2012), en op de vier Bank Holiday Mondays. Er ligt een prachtige rozentuin maar veel van de kamers zijn privé en het zijn vooral de gemeenschappelijke vertrekken di je kan bezoeken. Ik was er gek op omdat het zo menselijk is en omdat er zo weinig huizen uit deze periode zo goed bewaard zijn. Op een sombere dag is het een beetje gloomy, op een zonnige zeer romantisch.

Over Sir Humphrey Gilbert, zijn bekendste eigenaar, vertel ik volgende keer meer.  

 

10:17 Gepost door Erik De keersmaecker in Reizen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: uk, england, devon, national trust |  Facebook |

29-10-11

Must England's Beauty Perish ? The National Trust

Het is het jaar 1884 en een afstammeling van John Evelyn spreekt met Octavia Hill over het lot van Sayes Court, Evelyn's historische tuin in Oost-London. Octavia begint te zoeken naar een manier om deze tuin te redden en te bewaren voor het nageslacht, en spreekt op haar beurt Robert Hunter aan. Die stelt over om een maatschappij op te richten die zich bezig houdt met "the protection of the public interests in the open spaces of the country". Octavia Hill stelt als naam "the Commons and Garden Trust" voor, waarop Hunter met potlood er de suggestie "National Trust" naast schrijft. Elf jaar later is de National Trust officieel een feit.

 

national_trust.gif

 

De drie mensen die de National Trust oprichtten waren Octavia Hill, Sir Robert Hunter en dominee Hardwicke Rawnsley, Canon of Carlisle. Octavia Hill was al bekend als een voorvechter van betere huisvesting, Sir Robert was actief als juridisch raadgever voor zowel de Commons Preservation Society als het General Post Office, en had ervaring in het oprichten en besturen van liefdadigheidsinstellingen en de dominee was bekend als archeoloog, atleet, journalist en wereldreiziger, stichter van de Lake District Defence Society en bevlogen redenaar. Vanaf het begin stonden ze op de onafhankelijkheid van de overheid en de Trust zorgt ook vandaag nog steeds voor zijn eigen financiering. In 1895, de officiële stichtingsdatum, had de NT 100 leden, en een jaar later kocht ze voor 10£ Alfriston Clergy House in Sussex. Vandaag telt de Trust 3,5 miljoen leden en is het de grootste landeigenaar van Engeland. 1% van alle grond in Engeland, Wales en Noord-Ierland is haar eigendom, en ongeveer 10% van de kustlijn.

 

national-trust-sign-at-port-mulgrave-244121.jpg

 

In 1902 leidde dominee Rawnsley een nationale campagne om Brandelhow in Cumbria, een groot park op de oevers van Derwentwater, te redden van een ontwikkelaar die er een villawijk op wilde bouwen. Hij overtuigde scholieren en arbeiders, princessen en rijke industriëlen om geld te geven. Eén van de donoren schonk 2 shilling en stak er een briefje bij: I am a working man and cannot afford more than 2/- but once I saw Derwentwater and can never forget it.

In 1907 slaagde Sir Robert er in om de National Trust Act te doen goedkeuren. Het verleende aan de Trust rechtspersoonlijkheid maar, en dat was het belangrijkste, het verleende de Trust het recht om zijn land en wat er op stond "onvervreemdbaar" te maken. Dit wil zeggen dat het nooit kan worden verkocht, gehypothekeerd of onteigend, en het verzekert de schenkers dat het huis of het landschap dat ze schenken voor de eeuwigheid bewaard zal blijven. Er zijn veel buitenlanders die de National Trust vooral kennen als conservator van grote huizen en tuinen, maar haar rol in het behouden van het Engelse landschap is immens. Veel van de prachtige plekken die de Trust beheert waren voorheen vergeven van de kraampjes, café's en vakantieverblijven en werden na de verwerving opgekuist om er terug zo ongerept als vandaag uit te zien.

1937 zag de publicatie van een tweede National Trust Act. Die stelde de Trust in staat om landhuizen te krijgen, vergezeld van land of kapitaal dat moest zorgen voor het onderhoud erven, en verzekerde dat deze schenkingen niet belast werden. De trust had nu bijna 7000 leden. In 1940 schonk Lord Lothian, de grote voorvechter van deze Act, zijn eigen landhuis, Blickling Hall, ter beschikking. Een extreme verhoging van de successierechten, veel zwaardere belastingen en de enorm toegenomen kost van arbeid zorgde ervoor dat vele grote oude families begonnen te beseffen dat er een moment zou komen dat hun familie het landhuis niet meer zou kunnen onderhouden. Toen na de oorlog een paar bekende domeinen moesten verkocht worden om de schulden te delven werden ze gestript, van de inboedel, de monumentale schouwen, tot het lood op de daken toe, en werden eeuwenoude parken in een paar weken neergelegd door houthandelaars. Om dit te vermijden schonken meer en meer families hun eigendom aan de Trust, altijd vergezeld trouwens van een tweede schenking, in geld of land, om het te onderhouden, en kregen ervoor in ruil het recht om er tot het einde van hun familie te blijven wonen. Toen de regering ook nog besloot dat ze voortaan zou toelaten dat de adel zijn erfrechten betaalde door hun landhuis te schenken, kreeg de Trust op korte tijd een 60tal nieuwe eigendommen.

 

knole_park_deer_600x.jpg

Knole Park

 

In 1965 lanceerde de Trust Operation Neptune, en tegen 1988 bezat de Trust 500 mijl van Engeland's mooiste kust, en één van de leukste dingen die je in Engeland kan doen op momenten dat de andere monumenten al gesloten zijn, en u nog wat te vroeg bent voor pub of bed and breakfast, is naar zo'n stuk rijden (er zijn geen openingsuren) en te genieten van het uitzicht, dat vaak spectaculair is, en op zijn mooist tegen valavond.

Vandaag heeft de National Trust echter een nieuw probleem. Haar kerntaak is het redden en bewaren van land en tuin en huis voor het grote publiek, preservation and access, maar vadaag is de Trust zo populair geworden dat ze bijna bezwijkt onder haar eigen succes. Sheffield Park, in Sussex, ontvangt in een normale zomer 120.000 bezoekers, soms met 4000 op een enkele namiddag, en geen grasveld of pad overleeft zo'n invasie voor lange tijd. De Trust heeft lang geworsteld met dit probleem en heeft in plaats van het kiezen voor hogere toegangsprijzen of lange periodes van sluiting gekozen voor een aantal alternatieven. Extreem populaire bestemmingen als Sissinghurst werken met een systeem van tijdtickets (je koopt een ticket, en dat ticket vermeld het uur waarop je de tuin in mag, zodat er nooit meer dan een bepaald aantal rondloopt). Eén van de andere truukjes is het verplaatsen van parkings, zodat de bezoekers een ander pad moeten volgen, en de oude de tijd krijgen om te herstellen, en één van de eenvoudigste, en vind ik, de leukste, is door ze min of meer te verstoppen. Enkele van de mooiste zijn zo spaarzaam aangeduid dat je ze echt moet zoeken, en alleen wie die moeite doet, en gewapend met kaart en soms zelfs stafkaart er naar op zoek gaat kan er genieten van de eenzaamheid en de stilte.

Het lidmaatschap van de National Trust kan duur lijken, maar zeker indien u wat langer in Engeland verblijft is het snel terugverdiend. U krijgt er heel wat voor terug, en zeker met een family membership komt u zelfs goedkoper uit. Ook hun winkels vormen een alternatieve manier van sponsoring, en ik kan u ondermeer de garden tools aanraden, of de keukenwanten (de beste die ik ken!). En wat ik persoonlijk nog het leukst vind, u krijgt ook een autosticker die aanduidt dat u lid bent, en zo kan u ook in België de andere leden herkennen...

 

19:36 Gepost door Erik De keersmaecker in Blog, Reizen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: engeland, national trust |  Facebook |