25-06-11

Een terrasje met stijl en een eenzame leeuw. York, 27 mei 2011.

Na het schitterende ontbijt in de Star Inn (zie vorig blogbericht) werd het tijd om de benen te strekken en er toch minstens één dessertje (van de tien) af te wandelen, en wat is daar beter voor dan een mengeling van wat cultuur, geschiedenis en natuur. Wij reden dus naar Rievaulx, waar een abdijruïne en een tuin op ons lagen te wachten. 

Rievaulx Abbey ligt niet ver van Helmsley, een aardig marktstadje waar wij niet konden stoppen, maar dat de moeite leek (iets voor volgende keer). 12 Cisterciënzers uit Clairvaux stichtten de abdij in 1132, ver afgelegen van de bewoonde wereld om te kunnen weerstaan aan diens verleidingen, en in het noorden, waar de abdij een spiritueel centrum moest zijn aan het einde van de bewoonde wereld (wie verder door reisde kwam terecht bij de Schotten!). De Cisterciënzers droegen het ora et labora (bid en werk)-ideaal zeer hoog en de abdij groeide snel uit tot een groot domein, waar lekenbroeders met lood- en ijzerwinning en het telen van schapen voor de wol het geld verdiende dat toeliet dat de koormonniken zich concentreerden op het geestelijke. De abdij werd daar rijk van, rijk genoeg om op een bepaald moment niet minder dan 140 koormonniken (die nooit fysieke arbeid verzetten) te hebben, met bezittingen en dochterabdijen over heel het noorden en zelfs in staat te zijn om te gaan speculeren op de wolopbrengsten. 

In de 14de eeuw maakten de pest, invallen van de Schotten en een mysterieuze schapenziekte een einde aan de groei, maar het duurde nog tot 1538 vooraleer Henry VIII het klooster afschafte en de kloosterlingen met een pensioentje de wijde wereld in stuurde. Hij liet alle kostbaarheden weghalen, liet het lood verwijderen van de daken (het werd gesmolten en in grote blokken gegoten om te worden doorverkocht) en gaf het gebouw vervolgens aan één van zijn vrienden, in dit geval de graaf van Rutland, die delen ervan liet slopen om met het materiaal nieuwe huizen te bouwen. Zijn afstammelingen, de Duncombe familie, zou het later herwaarderen als romantische ruïne.

DSC02978.JPG

Rievaulx Abbey is eigendom van English Heritage en dat wil zeggen dat je een uitgebreide rondleiding kan verwachten met een hoofdtelefoon, en ik kan dat iedereen aanraden, het is zeer leerzaam en geeft een heel goed idee van de omstandigheden waarin de monniken leefden. 

Een bezoek is echter niet volledig als je niet ook de buur bezoekt, Rievaulx Terraces, eigendom van de National Trust, en eigenlijk gelegen boven de ruïnes. In de 18de eeuw was de Duncombe-familie eigenaar van Duncombe Park in Helmsley, dat je vanop de weg terug kan zien liggen, én van de ruïnes van de abdij, en rond die tijd was er een grote fascinatie gegroeid voor het verleden. Dat uitte zich in ondermeer in grote landschapstuinen, goed voorzien van tempels en grotten om ze er "klassieker" te doen uitzien, maar waarin het ook erg modieus werd om een al dan niet echte ruïne in te bouwen in het parklandschap. De Duncombe's hadden er eentje en dan nog wel één van de mooiste, en de familie bouwde hier dus een tuin uit, versierd met twee klassieke gebouwen, standbeelden, en een reeks indrukwekkende vista's op de abdijruïnes. De famile bracht vrienden en kennissen waar ze indruk op wilden maken te paard naar hier, waarna ze picknickten in het paviljoen dat een complete keuken in de kelder had, gevolgd of voorafgegaan door een wandeling langs de zorgvuldig uitgestippelde paden en terrassen.

 

DSC02987.JPG

Na deze "overdosis" cultuurlandschap was het echter tijd voor een stukje van de real thing en we reden het North York Moors National Park in. 

"Everywhere peace, everywhere serenity, and a marvellous freedom from the tumult of the world."

Aelred, abt van Rievaulx Abbey, 1142-1167.

Dit grote National Park is zeer de moeite waard en wij zouden er de volgende dagen nog heel wat in rondrijden, steeds weer met prachtige vergezichten. Het is een wandelparadijs, maar daar hadden wij dit jaar geen tijd voor, en na deze visuele prikkels was het verlangen naar focus groot, en daarom focusten wij ons weer eens even op eenvoudige dingen,

 

Image0143.JPG

die we terugvonden in de bekendste pub van de Moors, de Lion Inn, in Blakey Ridge. Deze 16de eeuwe herberg, waar je kan eten en overnachten, ligt op het hoogste punt van de Moors, met mooie vergezichten op de valleien van Rosedale en Farndale. Er wordt hartig voedsel geserveerd voor wandelaars op zoek naar calorieën en wij wierpen ons op de game pie en de steak & stilton burger, beiden niet te versmaden maar in zeer ruime porties. Het bier is van topkwaliteit, en we dronken er voor de eerste maal Old Peculiar van Theakston's, één van de lekkerste real ale's van Engeland. Voor 46 pond hadden we met zijn vieren overvloedig gegeten en gedronken, en de prijzen zijn dan ook zeer ok. De kamers zijn eenvoudig maar proper en eveneens niet duur. In de winter kan uw verlof overigens wel onverwacht langer uitvallen dan u dacht, in december 2010 werden twee gasten en zes personeelsleden er acht dagen gegijzeld door de sneeuw.

 

 

10:42 Gepost door Erik De keersmaecker in Reizen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: york, abdijruïnes, pub, real ale, cisterciënzers |  Facebook |